Leuvense start-up haalt 1,3 Gbps door de (k)lucht

APRILVIS - De Leuvense start-up PIDGE-O/N (Physical Integrated Data carGo Enhancement – Old/New) heeft bij veldtesten overdrachtsnelheden van meer dan 1,3 gigabit per seconde kunnen opmeten over een afstand van 30 kilometer met hun draadloze technologie. Om deze snelheden te kunnen behalen heeft de spin-off van de onderzoekscel informatietechnologie van de KU Leuven het basisprincipe waarop alle huidige netwerkprotocollen gebaseerd zijn overboord gegooid en teruggegrepen naar 25-jaar-oude standaarden.

Yentl Columbidae, woordvoerder van PIDGE-O/N vertelt: “Momenteel is er een wedloop van verschillende netwerktechnieken waarbij de fysieke laag telkens verbeterd wordt, maar de transportlaag blijft uiteindelijk het alom bekende TCP/IP. Ons onderzoek bestond er in om beide in 1 keer aan te pakken, en we denken dat we daar in geslaagd zijn, zo tonen onze testen aan. We grijpen terug naar de principes van Sneakernet bovenop het klassieke ethernet.”

Onderzoek lag hele tijd stil

Destijds waren de voorgestelde principes in de praktijk niet bruikbaar, maar dankzij recente technologische ontwikkelingen is het eindelijk mogelijk om indrukwekkende hoeveelheden data op een snelle manier te versturen, draadloos nog wel. Voluit gaat het om “Transmission of IP Datagrams on Avian Carriers with Quality of Service” (details in de publieke RFC). Columbidae legt uit: “Een van de bottlenecks in TCP/IP is nog altijd de maximale pakketgrootte, de MTU (maximum transmission unit) genoemd. Dit gaat meestal om slechts 1500 bytes per keer. Er zijn wel technieken om deze op te trekken tot zgn. ‘jumbo frames’ van 9000 bytes, maar eerlijk: dit zijn nog altijd lage waarden. Wij zijn er deze week in geslaagd om een datapakket van 200 GB in 1 keer te verzenden, dit is bijna 24 miljoen maal sneller dan wat tot nu toe mogelijk was.”

Einde van de technologie nog niet in zicht

Het einde van de mogelijkheden zijn nog niet in zicht, zo wilt PIDGE-O/N via multi-pattexing het te vervoeren datapakket exponentieel vergroten. “Of we het via multi-pattexing of een andere techniek, Tesa-taping, voor mekaar krijgen zijn we nog niet uit, daar is meer onderzoek voor nodig” weet Columbidae, “momenteel worstelen we vooral nog met relatief hoge uitval door packet loss”. Ondanks de hoge transmissiesnelheden blijkt de draadloze verbinding namelijk best onderhevig te zijn aan het weer. “Slecht weer met hoge windstoten zoals we gisteren meemaakten is echt wel de achilleshiel van het systeem. Met de hoge MTU-waarden die wij hanteren betekent packet loss meteen een flinke hoeveelheid data die niet ontvangen wordt.” Latency van de verbinding is een ander zorgenkindje van PIDGE-ON, maar daar heeft Columbidae een oplossing voor: “Bij het commercialiseren van deze transmissietechniek willen we werken met lokale POP’s, de zogenaamde points of presence. Door ons strategisch te vestigen willen we de latency flink omlaag brengen en in 1 beweging betekent dit ook een hogere transmissiesnelheid”. Ondanks dat het om een draadloze verbinding gaat is deze niet mobiel te gebruiken. Net zoals het gefaalde Wi-Max gaat dit om een vaste mobiele verbinding en kan dit niet nomadisch gebruikt worden.